Europa – zonder discriminatie di’origine: 6.000 Europeanen verdreven uit België

/ september 23, 2016/ Lezen, Sociale rechten, Vrij verkeer

PROJECT Melting Pot Europa (Klik HIER voor het originele artikel), geschreven door Paola en Alessandra Cammilli Giannessi.

Oprichting EU4people, een platform voor informatie, bewustwording en actie

Marie is lerares Frans en woont sinds enkele jaren in Brussel. Zij geeft les in een basisschool tot zij een paar maanden geleden geconfronteerd wordt met de diagnose borstkanker. Marie moet dus tijdelijk het werk verlaten en vraagt aan de sociale zekerheid financiële ondersteuning om haar behandeling te kunnen betalen, in afwachting dat haar gestorte bijdragen betaald worden. Dit is een van haar rechten. Kort daarna wordt aan Marie een bevelschrift overhandigd om het Belgische grondgebied te verlaten.

De officiële reden: Marie is een buitenlandse burger die profiteert van het Belgische stelsel van sociale zekerheid, zonder te werken. Marie stond perplex, niet in staat om te begrijpen hoe het mogelijk is dat de staat voor wie zij heeft gewerkt in de afgelopen jaren en aan wie zij bijdragen betaalde, zomaar beslist om haar te verdrijven op het moment waarop zij juist moest beschermd moest worden. Na enige tijd, met de hulp van een vriendin die op de gemeente werkt van haar woonplaats, wordt het uitzettingsbevel tegen haar ingetrokken.

Aan het einde van dit verhaal is Marie er gelukkig in geslaagd haar recht om in België te verblijven te bekomen. Anders zal het voor haar zijn om het vertrouwen weer op te bouwen ten aanzien van die Staat.

Silvia is een Italiaanse kunstenares. Ze verhuisde naar België in 2010 samen met haar zoon van zeven jaar. Ennio werd geboren in Carcassonne, Frankrijk. Silvia is muzikante en gepassioneerd cabaretière. Sinds 2012 is zij beginnen werken voor een theatergezelschap. Zij werd aangenomen met een fulltime overeenkomst voor 3 jaar in het zogenaamde artikel 60, een vorm van gesubsidieerde werkgelegenheid. Het is dus een overeenkomst grotendeels gefinancierd door de staat, maar het is in elk opzicht een echte arbeidsovereenkomst, zozeer zelfs dat Silvia er zelfs aan dacht om een huis te kopen. Helaas was dit niet mogelijk voor haar: op 20 november 2013 werd ook aan Silvia en haar zoon een bevelschrift overhandigd om het grondgebied te verlaten.

De reden werd herhaald: Silvia wordt beschouwd als een ”parasiet”, een overbodige kost ten laste van de Belgische welvaartsstaat. Haar werk is niet voldoende, het beantwoordt niet aan een effectieve economische activiteit.

Ennio, haar zoontje, die zijn school in België begon, ‘is niet voldoende geïntegreerd’. Silvia besluit om naar de rechtbank te stappen. Dit maakt het haar mogelijk om in België te blijven in afwachting van het verdict, omdat een verzoekschrift bij de rechtbank het besluit tot uitzetting tijdelijk opschort. Er is een jaar verlopen sinds het begin van dit verhaal. Een jaar van hard werken, frustratie, woede. Een jaar van strijd, waarin Silvia nooit heeft opgegeven en nooit gestopt is met haar verhaal aan de wereld te zingen. Gedurende dit jaar, heeft het Hof zich nooit uitgesproken. Nu lijkt er een einde te komen aan haar miserie: Silvia heeft een nieuwe baan gevonden. Nu heeft ze een ‘echte’ overeenkomst. Ze kan nu haar klacht bij de rechtbank laten vallen en beginnen om haar leven in Brussel weer op te bouwen met de kleine Ennio. De blijdschap voor dit nieuws laat echter toch nog ruimte voor enige bitterheid in de vaststelling, met de woorden van Silvia, ‘niets van dit alles is gebeurd dankzij de rechtvaardigheid’.

AM is een ervaren werknemer met de Italiaanse nationaliteit, geboren in Marokko. Al meer dan 20 jaar was hij werkzaam in Italië, voor een bedrijf dat in 2013 failliet ging, waardoor hij zonder werk kwam te zitten. Hij vond werk in Belgie en besluit te verhuizen, overtuigd van zijn vast contract van onbepaalde duur, dat hem het recht geeft om zonder beperkingen binnen de Europese Unie te verblijven.

Opnieuw gebeurt het. Het Belgische bedrijf waarvoor AM heeft gewerkt voor acht en een halve maand gaat failliet en hij valt weer zonder werk (in april 2014).

De lange periode van betaalde arbeid en bijdragen betaald in Italië, toegevoegd aan de laatste maanden van loon en bijdragen in België, geven hem het recht, volgens het Europees recht, op een werkloosheidsuitkering te betalen door het land waar hij zijn laatste professionele activiteit had, op basis van de totalisering van zijn periodes van bijdragen. Eind augustus 2014 krijgt ook op AM een bevelschrift om het grondgebied te verlaten. Reden uitwijzing: ‘zijn lange periode van inactiviteit laat zien dat AM geen kans heeft op het vinden van een baan’. Zijn lange tewerkstellingsperiode daarvoor, lijkt geen gewicht te hebben. AM is het recht ontzegd om sociale uitkeringen in België te ontvangen die hij verdiend heeft door meer dan 20 jaar bijdragen te betalen in Italië én België .

De aanval op de vrijheid van de burgers van de EU om zich te verplaatsen en te verblijven in een lidstaat lijkt aan te slaan in diverse Europese landen, vooral Frankrijk, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk. Maar het is het kleine Koninkrijk België, dat serieuzer dan de anderen, het recht op vrij verkeer bedreigt. Door middel van systematische controle en beperkende interpretaties van de procedures van de communautaire regelgeving, zijn de Belgische autoriteiten een hardnekkige aanval aan het uitvoeren op de vrijheid van verkeer en verblijf van mensen. Vaak op de grens van de legaliteit, dikwijls in de complete wetteloosheid. Rekening houdend met de correcte uitvoering van de EU-regels, gaat België verder over tot controles op persoonlijke dossiers van migranten, die ze heel gemakkelijk een ‘buitensporige’ last voor de welvaartsstaat vinden.

Zonder discriminatie op grond van het land van herkomst – je kan Roemeen, Italiaan, Engelsman, Nederlander, Spanjaard, Griek, of Fransman zijn, en ga zo maar door – hebben de Belgische autoriteiten 3 categorieën geïdentificeerd voor het ontvangen van uitzettingsbevelen: de werklozen, de begunstigden van sociale premievrije uitkeringen, werknemers aangeworven onder professionele re-integratie contracten. Deze laatste staan bekend als ‘artikel 60’, die deels worden betaald door het OCMW en deels uit het bedrijf of instelling waar de werknemer werkzaam is. Vaak zijn het artiesten als Silvia, maar ook hulpverleners, medewerkers van de gemeente enz …

Deze maatregelen worden genomen op basis van de protectionistische ommekeer in verschillende Europese landen, met betrekking tot wat voor een aantal jaar geleden leek op de mogelijkheden en de rechten die het instituut van het Europese burgerschap bood.

Het is een feit: het gebied van de sociale rechten is tientallen jaren stevig in de handen van de nationale regeringen gebleven. In 1957, ten tijde van het Verdrag van Rome, heeft geen van de stichters ooit de wens geuit om het nationaal sociaal beleid te integreren. Integendeel, de Europese Gemeenschap zou een middel moeten zijn om de markten te integreren.

Een enkel artikel werd opgenomen in het Verdrag van Rome betreffende het vrije verkeer: “Het vrije verkeer van werknemers moet binnen de Gemeenschap worden gegarandeerd. Deze vrijheid moet de afschaffing van elke discriminatie tussen werknemers uit de individuele staten met betrekking tot de werkgelegenheid, de verloning de overige arbeidsvoorwaarden en de werkgelegenheid bewerkstelligen “(art 49 VWEU, ex. Art. 48 EG-Verdrag). Dit kwam er op verzoek van Italië, zodat een werknemer die van het ene naar het andere land was verhuisd zich kon beroepen op het recht op toegang tot de sociale zekerheid van een ander land en het exporteren van de sociale rechten opgebouwd in het land van herkomst (Art. 51 EG-Verdrag). Meer dan de eerste stap voorwaarts voor de bouw van een sociaal Europa, hebben het vrije verkeer van werknemers en het recht op sociale zekerheid in het land van bestemming de eerste grote bres geslagen in de muur van weerstand van de lidstaten om de sociale integratie.

Ja het was snel duidelijk dat zonder een bescherming van de sociale rechten, geen enkele EU burger het recht zou hebben op vrij verkeer. De arbeiders, als migrerende EU-burgers, waren daarmee de eerste om te kunnen genieten van de nieuwe vorm van Europees burgerschap, op basis van de werking waarvan er echter een ‘functionele’ benadering is, in plaats van een echte keuze van een politieke integratiebeleid . Om de sociale bescherming van iedere migrant- burger te waarborgen hebben de lidstaten de behoefte erkend aan enige vorm van onderlinge solidariteit, ook financieel.

Ondanks het gebrek aan politieke wil, hebben de opeenvolgende verordeningen de maatschappelijke integratie aanzienlijk aangespoord. Ten eerste, Verordening 1408/71, nu verordening 883/2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels van de werknemers te beschermen tegen het risico van verlies van sociale rechten opgebouwd door te werken in verschillende lidstaten. Het principe hier achter is het verbod van elke vorm van discriminatie bij de toegang tot het welfare/welzijn van migrerende werknemers met nationale werknemers. De werknemer die bijdragen betaalt/stort in verschillende lidstaten heeft het recht om deze te totaliseren – en geven hem toegang tot sociale zekerheid – in de lidstaat waar de werknemer zich bevindt, rekening houdend met de opgebouwde bijdragen in andere lidstaten.

Werkloosheidsuitkeringen vallen onder dit hoofdstuk. Deze verordening is de eerste echte breuk geopend in de nationale systemen van sociaalzekerheid/welzijn en is een mijlpaal in het sociaal Europa.

Tegelijkertijd heeft de verordening 1612/68 vastgelegd dat migrerende werknemers dezelfde rechten op sociale prestaties zouden hebben als de nationale werknemers. Echter, twee dagen voor de grootste uitbreiding naar het oosten in 2004, werd de Richtlijn 2004/38 / EG m.b.t. het recht om te blijven en te verblijven in een andere lidstaat goedgekeurd. Dit betekent niet het onvoorwaardelijk erkennen van het recht op blijven en het verblijven van burgers. Om het gevreesde spook van de ‘welzijn toerist’ af te schrikken, werd het gewaarborgde recht om enkel mensen toe te laten die een niet al te grote last voor het sociaal systeem van het gastland betekenen: met andere woorden, je kunt een burger zijn die economisch actief of inactief is, maar je moet kunnen aantonen over voldoende middelen van bestaan te beschikken, op zoek naar werk te zijn en/of een goede kans hebben op het vinden van werk om niet het risico te lopen een uitzettingsbevel te krijgen. De richtlijn beschermt de burger tegen automatische uitzetting van de EU als een aanvraag wordt ingediend voor sociale bijstand.

Het is juist deze praktijk die de eerste grenzen van het Europese project bloot leggen. Het ontbreken van een project van sociale harmonisatie ten gunste van een ‘taalkundige compromis’ bleek overduidelijk door aan elk land de vrijheid te geven om te reageren met eigen nationale onderwerpen. De Nationale keuzes en administratieve praktijken kunnen en zullen de inspiratie blijven om te zoeken naar nieuwe manieren om drempels te creëren bij binnenkomst en uitgang, en te kunnen spreken van buitensporige en onnodige financiële last te vinden.

De logica van openheid bereikt het hoogste punt met de richtlijn 2004/38, en is nu, na slechts 10 jaar, ver in het nadeel ten opzichte van het resultaat van het sluiten van een logisch compromis, gezocht door de lidstaten zelf.

Terwijl aan de ene kant de Europese Commissie, in 2013, aan België twee maanden de tijd gaf om hun nationale wetgeving in overeenstemming te brengen met de EU, om EU-burgers ten volle te verzekeren van het recht op vrij verkeer, haalden aan de andere kant nationale krachtlijnen de overhand op het sluiten van eigen richtlijnen in België, het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en ga zo maar door.

Het recht om in een andere lidstaat te verblijven is de drempel van de toegang tot een sociaal Europa. Om deze redenen is het duidelijk dat het ter discussie stellen van deze Europese richtlijnen niet anders is dan de discussie over het in werking stellen van het sociaal Europa: dus een discussie over het hart van het Europese project. Naast vechten voor het ‘recht om rechten te hebben’, is het noodzakelijk dat de sociale en progressieve krachten erkennen dat de collectieve uitdaging, politieke en sociale, de essentie is en dat het hoog tijd is om er hun eigen strijd voor een sterke en geharmoniseerde sociaal Europa van te maken, omdat zonder dit sterk Europa de burger opnieuw geïsoleerd en daarom zwak zal staan. EU-burgers en hun familieleden, evenals onderdanen van derde landen, blijven tot op de dag van vandaag onbeschermd, terwijl de uitzettingen blijven stijgen.

En, wat staat nu aan het gebeuren is in België, is een teken van een indrukwekkende aanval op het sociale Europa. Dit dwingt ons om door te gaan met te focussen op de steeds dringender wordende behoefte aan maatregelen, voorlichting en informatie. Het uitwijzingsbevel, dat is aangekomen bij Marie, Silvia en AM kan bij iedereen aankomen: niemand kan en mag alleen worden overgelaten aan zijn eigen persoonlijk lot. Reacties tegen zulke individuele gevallen moeten leiden tot een collectieve strijd ter verdediging van een sociaal Europa.